zondag, mei 19

Minister Pascal Smet (sp.a), Minister van onderwijs en gelijke kansen sprak met ons.

Google+ Pinterest LinkedIn Tumblr +

Interview & foto’s: Dirk Van Elslande

Pascal Smet begon zijn politieke carrière als gemeenteraadslid in Beveren en als provincieraadslid in Oost-Vlaanderen. Hij zet zijn engagement verder op het commissariaatgeneraal voor de vluchtelingen in Brussel, waar hij –als stadsmens- vanaf dat moment woont en werkt. September 2003 word Pascal de nieuwe Brusselse staatssecretaris voor sp.a., bevoegdheid Mobiliteit.
Na de verkiezingen van juni 2004 wordt Pascal Minister van Mobiliteit en Openbare Werken in de Brusselse regering. Met die bevoegdheden wil hij het verschil maken en bewijzen dat zijn voorstellen uitvoerbaar zijn. Openbare werken moeten echt gepland worden en passen in een algemene stadsvisie. Brussel moet autovrijer worden met een zichtbare plaats voor de fiets. En uiteraard wil Pascal werk maken van aantrekkelijk openbaar vervoer, in eigen bedding en geleidelijk gratis voor bepaalde doelgroepen.

Pascal wandelt graag in “zijn” stad. Een stad die altijd wordt gekenmerkt door kranen. En zolang ik kranen zie, kan Brussel altijd verbeteren. Er mag weer gedroomd worden in Brussel.

Na de verkiezingen van juni 2009 wordt Pascal Smet Vlaams Minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel. Hij wil een beleid voeren waarin overleg centraal staat. Bovendien: “Opvoeden van kinderen vereist een veel grotere inzet en competentie dan andere beroepen. De samenleving en de ouders mogen die inzet en professionaliteit van leraars en schoolbesturen verwachten. “Het is mijn taak dat mogelijk te maken!”.

Wat betekend ‘Gelijke kansen’ voor u?

Minister Smet:

Wat een samenleving vooral nodig heeft zijn mensen die schitteren! Iedereen heeft wel iets waarin hij of zij schittert en het is belangrijk dat dit in ieder individu tot ontplooiing kan komen. En deze samenleving moet mensen de kans geven zich maximaal te kunnen ontplooien, dus gelijke kansen moet er zorg voor dragen dat deze “steunpilaar” van een samenleving zich optimaal kan ontwikkelen en kan gedijen.

Gelijke kansen zijn dus bv:

  • Er zorg voor dragen dat anderstaligen in het onderwijssysteem voldoende Nederlands kunnen leren
  • Het toegankelijk(er) maken van festivals voor minder validen
  • Zorgen dat holebi’s dezelfde rechten krijgen als iedereen in de samenleving

Om maar enkele voorbeelden te geven.

Als ik de kans krijg om de samenleving te veranderen, kan en mag ik niet nee zeggen

Wat is de reden van uw late (publieke) outing?

Minister Smet:

Ik heb dit nooit weggestopt maar ook nooit van de daken geschreeuwd, en het is als minister van openbare werken niet echt relevant of je hetero of homo bent. Nu ik naast onderwijs ook de portefeuille van gelijke kansen onder mijn bevoegdheid heb, liggen de zaken anders, nu is het een logische stap dat ik mij iets meer publiekelijk opgesteld heb met mijn geaardheid. zegt hij. Het was gewoon niet relevant. Als minister van gelijke kansen zou ik een verkeerd signaal geven als ik dat nu niet bevestig dat ik homo ben.

Aan mijn ouders heb ik het al meer dan twintig jaar geleden verteld, ook vrienden en kennissen weten al heel lang dat ik homoseksueel ben. De collega’s in de Brusselse regering en in de Wetstraat zijn eveneens op de hoogte, maar ik heb het nooit nodig gevonden dat en plain public te gaan uitschreeuwen. Ik vind trouwens dat iedereen als mens moet bekeken worden en niet als homo, hetero of lesbienne. Gelukkig leven we inmiddels in een samenleving waar het voor de meerderheid niet relevant is wat je seksuele geaardheid is, maar waar je als mens word beoordeeld. Ik ga nu niet elke dag op straat roepen: hallo, ik ben Pascal Smet en ik ben homo. Kris Peeters zegt toch ook niet: ik ben hetero en ik val op blonde vrouwen?

Waarom vallen sommige mannen op vrouwen en andere op mannen? Waarom worden sommige mensen pastoor, andere piloot en nog andere politicus?

Heeft u slechte ervaringen als “geoute” homo?

Minister Smet:

Het is slechts één maar op 5 jaar Brusselse regering voorgekomen dat ik een venijnige opmerking over mijn geaardheid kreeg, dus eigenlijk niet echt slechte ervaringen.

Heeft u voorbeelden van goede ervaringen?

Minister Smet:

Ik merk sinds ik “voor de wereld” out ben dat ik blijkbaar toch een soort van voorbeeldfiguur ben geworden en dat vind ik best aangenaam.

Ik krijg nu mails van jonge holebi’s die mij als rolmodel zien en sommigen durven zich nu makkelijker zelf te outen, wat ik uiteraard als zeer positief ervaar.

Iets persoonlijker is het feit dat het iets “bevrijdend” heeft nu iedereen het weet. Alhoewel ik het nooit echt verborgen heb is het dus nu voor mij persoonlijk nog makkelijker om er mee om te gaan.

De wereld aids dag nadert, nog steeds een thema dat niet “enorm” bekend is. Hoe denkt u dat er meer aandacht aan besteed kan worden?

Minister Smet:

Het is hallucinant om te zien wat er tegenwoordig gebeurd bij jonge homo’s in zake onveilige seks! Veel jongeren gedragen zich heel onverantwoordelijk in hun seksuele beleving. Jongeren in het algemeen maar vooral homoseksuele jongeren moeten zich terug sterk bewust worden van de gevaren van aids.

Er moeten dringend nieuwe campagnes in gang gezet worden, maar dit is vooral het werk van het ministerie van volksgezindheid en organisaties zoals Sensoa.

U bent peter van de bloeddonoren campagne van het Rode Kruis, maar homoseksuelen mogen officieel geen bloed geven. Is het niet moeilijk om achter een initiatief te staan waaraan u zelf niet mag deelnemen?

Minister Smet:

Neen absoluut niet! Ik heb in mijn functie als minister van onderwijs een sterke voorbeeldfunctie naar oudere leerlingen en leerkrachten toe, en die primeert op mijn persoonlijk homo zijn. Het Rode kruis heeft constant nood aan nieuwe donoren en net in deze groep van studenten die net 18 zijn en het lerarenkorps + ouders is een ideale doelgroep om deze nieuwe donoren te vinden.

Trouwens niet enkel het Rode Kruis, maar ook de samenleving is voorstander om holebi’s als mogelijke bloeddonoren te verwelkomen! Het Rode Kruis staat zeker en vast open voor deze doelgroep, enkel moeten de medische mogelijkheden verder ontwikkeld worden zodat de risico’s aanvaardbaar zijn. Van zodra dit medisch mogelijk is zal het debat zeker opnieuw geopend worden en zullen ook holebi’s als bloedgever aanvaard kunnen worden. Het is uiteraard wel belangrijk dat de homoseksuelen die bloed willen geven in een monogame relatie zitten, maar dat telt ten slotte ook voor de hetero’s. Er is nood aan verandering maar deze moet wetenschappelijk gefundeerd zijn!

Wat zou het onderwijssysteem en de samenleving kunnen verbeteren in verband met informatie rond holebi’s?

Minister Smet:

Vooral bij jonge jongens merk je nog steeds een taboe rond het thema homoseksualiteit. Dit heeft veel te maken met onzekerheid, het moet voor iedereen duidelijk zijn dat men zich moet aanvaarden voor wie men is. Ook de samenleving zou ieder individu moeten accepteren voor wie men is niet voor wat men is!

We komen al van heel ver en we hebben zeker en vast nog veel werk voor de boeg! Niet enkel in het onderwijs maar ook bv in de sportwereld moeten nog veel weerstanden overwonnen worden. Neem nu bijvoorbeeld het voetbal, daar is homoseksualiteit nog steeds een moeilijk thema…

Er moet nadruk gelegd worden dat homoseksualiteit altijd heeft bestaan en dat het gewoon menselijke natuur is! Vooral het onderwijssysteem moet dit benadrukken en naar buiten dragen zodat jongeren die zichzelf met dit “probleem” geconfronteerd zien het eenvoudiger gemaakt word er mee om te gaan en te aanvaarden.

Vind u dat er op school meer aandacht aan seksuele voorlichting rond het thema homoseksualiteit moet besteed worden?

Minister Smet:

Neen niet bijzonder, dit moet gewoon in het luik algemene seksuele opvoeding opgenomen zijn. Belangrijk is te benadrukken dat je van jezelf nooit een “issue” mag maken en gewoon blijven wie je bent.

Heeft u nog advies voor onze hole-bi lezers?

Minister Smet:

Wees gelukkig met jezelf en aanvaard wie je bent!

Als je in een “open” omgeving zit waar je familie, werk, vrienden, medestudenten je aanvaarden voor de mens die je bent en niet om wat je bent is deze raad natuurlijk veel makkelijker. Voor de mensen die dit geluk niet hebben moeten we er voor zorgen dat deze groep net iets meer ondersteuning zal krijgen zodat ook zij kunnen uitgroeien tot een schittering in onze diversiteit die we samenleving noemen!

Share.

About Author

Leave A Reply

*